Posts tonen met het label ras in de kijker. Alle posts tonen
Posts tonen met het label ras in de kijker. Alle posts tonen

dinsdag 13 december 2011

Ras in de kijker : Swifter


Het Swifter ras.

Geschiedenis.

De Swifter is een productief schapenras, in de zeventiger jaren door de Landbouwuniversiteit in Wageningen ontwikkeld om de productiviteit van de schapenstapel te verbeteren.
De Swifter is ontstaan uit een kruising tussen de Texelaar en het Vlaamse melkschaap.
Op deze manier zijn de economisch belangrijke eigenschappen van beide rassen in één ras verenigd.  Swifters worden gebruikt als vleeslammoederdieren.  Voor de vermeerdering van het ras worden nu nog uitsluitend Swifters gebruikt.  Omdat de boerderij, de Minderhoutshoeve, waar de eerste Swifters werden gehouden, in het Flevolandse plaatsje Swifterbant stond, werd het nieuwe ras “Swifter” genoemd.
Er bleek veel vraag te zijn naar dit nieuwe ras en er was behoefte aan een registratiesysteem.
Op 24-11-1982 werd een eerste algemene vergadering gehouden. Er werd een bestuur gekozen en op 2-12-1982 ging ”Het Swifter Schapenstamboek” van start.


Rasbeschrijving.
Swifters zijn witte schapen met vaak een zwarte neusspiegel en hoeven, soms zijn die bleek.  Vooral op de oren maar ook op de rest van het lichaam kunnen al eens zwarte vlekken voorkomen.  De staart is liefst wolloos.  Dit is hygiënischer en het hindert ook minder bij het dekken.  Het zijn grote maar vooral lange dieren.  Dit geeft voordelen i.v.m.gewicht, dracht en voederopname.  Ooien wegen vaak meer dan 70 kg en rammen kunnen 130 kg bereiken.  Het beenwerk moet correct en sterk zijn, niet te grof of te fijn en in verhouding met de hoogte en de lengte van het lichaam zodat ze vlot en elegant kunnen bewegen.  De hoeven zijn hard en gezond.  De muil is voldoende breed en de kop is smal.  Dat vergemakkelijkt het werpen.
Ze hebben een langer gemiddelde levensduur dan de ons bekende rassen.  Daardoor moet men minder vaak nieuwe ooilammeren inzetten.  Dit kost minder en men kan scherper selecteren.
Hun vitaliteit en behendigheid zijn opvallend.  Verwentelen komt dan ook haast niet voor.
De productie van paaslammeren behoort tot de mogelijkheden want ze hebben een lang bronstseizoen.  Het zijn ook zeer vruchtbare dieren.  De ooilammeren kunnen het jaar van geboorte al gedekt worden en geven dan gemiddeld 1,85 jongen.  De meerjarige ooien werpen gemiddeld 2,5 lammeren.  Op de beste bedrijven loopt dit op tot meer dan 3 lammeren.
Daardoor verdubbelt men zijn inkomen t.o.v. minder productieve rassen.  Doordat ze meestal meerlingen geven is het aflammeren zelden een probleem.  Keizersneden komen uiterst zelden voor.
Een ander voordeel is dat de Swifters een goede uier hebben en veel melk geven.  De uier moet voldoende ontwikkeld zijn en een sterke ophangband bezitten.  De spenen moeten normaal ontwikkeld zijn en goed geplaatst.
De vele drielingen kan een Swifterooi normaal zelf zogen en grootbrengen.  Het is een vriendelijk en gemakkelijk te houden schaap met zeer goede moedereigenschappen.  Door de melkrijkheid is de groei van de slachtlammeren uit Swifters significant beter dan uit zuivere vleesrassen.  De kortere mesttijd drukt de kosten.  Ramlammeren moeten minimum 250gr./dag groeien om goedgekeurd te worden voor de dekdienst.  Voor de slachtlamproductie kan men de Swifters laten dekken door eenvleeslamvaderdier.  De slachtkwaliteit van dit Swifter vleeslam is uitstekend; de karkaswaarde is 98,6% t.o.v.een zuiver vleeslam.  Dit verwaarloosbare verschil wordt ruim gecompenseerd door het hoger geboorteaantal.

Evolutie.

De Swifter is dus een gemakkelijk schaap met een hoge productie.  Dit is ook de reden dat het ras zo in de smaak valt.  Binnen het ganse stamboek zijn er ongeveer 17.000 ooien en het aantal leden is opgelopen tot 330. In België is hun aantal, op tien jaar, gegroeid van 4 tot 40.
Het is het snelst groeiende stamboek in de lage landen.  Buiten het stamboek worden er ook heel wat Swifters gehouden.  Op grote bedrijven, die een inkomen willen halen uit slachtlammeren, komen vaak Swifters voor.  De swifter is het bedrijfstype bij uitstek!

zaterdag 29 oktober 2011

Ras in de kijker : Clun Forest

Clun Forest schapen zijn vlees/wolschapen. Het is een vruchtbaar ras; het aantal levend geboren lammeren ligt rond 1,7gemiddeld. 
Circa 70% van de ooien werpt op eenjarige leeftijd.
De ooien lammeren gemakkelijk, zelden is hulp nodig bij de geboorte. De ooien zijn melkrijk en hebben zeer goede moedereigenschappen.

  Een ooi van de Guilden Down Flock bij Clun

Vanwege de gemiddeld hoge leeftijd, is de levensproductie aan lammeren doorgaans hoog. Het komt regelmatig voor dat ooien ouder dan 10 jaar nog lammeren grootbrengen.

De slachtkwaliteit van de lammeren is redelijk goed en bij de lichtere karkassen komt geen overmatige vetheid voor. 
De roomwitte vacht is van goede kwaliteit, 58 micron en een hoge mate van elasticiteit en daardoor veel gebruikt als breiwol.

Voor een leek is de Clun Forest op een afstand het best te onderscheiden door de donkere kop met kuif en de rechtopstaande oren, gespitst omhoog en alert kijkend. Hun oren zijn voortdurend in beweging als van een paard. Samen met de parmantig opgerichte hals en het vlotte gangwerk maakt het de Clun Forest populair en vergelijkbaar met een Arabisch volbloed paard.


De belangrijkste uiterlijke kenmerken: 

  • een vrij lang schaap
  • een levendige en opmerkzame verschijning
  • kop hooggedragen
  • zwartbruine kop, oren en poten
  • oren rechtopstaand
  • tussen de oren wol, uitlopend in een kuif

De oorsprong van het Clun Forest rasThe Honddu Flock van Brian Davies in Wales (vlak bij Clun) - 1981

Het ras Clun Forest is ontstaan in het midden van de vorige eeuw. Het is evenals zoveel rassen in Groot-Brittanië voortgekomen uit kruisingen van andere rassen.
De Shropshire Down en de Welsh Mountain hebben waarschijnlijk het meest bijgedragen aan het ontstaan van dit ras. Vanaf 1850 tot 1890 had het ras slechts een lokale bekendheid. Het kwam voornamelijk voor in de omliggende bossen (forests) in het heuvelachtige gebied bij de oude marktstad Clun (vandaar de naam) in Zuid Shropshire, vlabij de grens met Wales.
Vanaf 1837 is regelmatig in documenten verwezen naar de vele uitstekende kwaliteiten van de Clun. De gehardheid en vruchtbaarheid van het ras waren het gevolg van natuurlijke selectie en schapenkennis gebaseerd op de geologische structuur van het Clun Forest gebied.
Na 1900 kreeg het ras steeds grotere bekendheid vanwege het grote aanpassingsvermogen aan bodem en klimaat en heeft het zich snel verspreid over Engeland, Wales en Schotland. Ook de vruchtbaarheid en de prima moedereigenschappen hebben daar aan bijgedragen.
In 1925 werd het Clun Forest stamboek opgericht en nadien heeft het ras vanwege de vele goede eigenschappen ook buiten het land van herkomst meer betekenis gekregen.